Miriam is moeder van twee jonge kinderen, Tim (6 jaar) en Wendy (8 jaar). Na haar scheiding heeft ze een huurwoning betrokken. Ze werkt ongeveer twintig uur per week (€ 10.000 bruto per jaar) en ontvangt partneralimentatie (€ 5.000 per jaar). Hans is ondernemer en weduwnaar. Hij woont in een koopwoning en werkt fulltime (€ 60.000 bruto per jaar). Miriam en Hans willen graag gaan samenwonen, en vragen zich af welke gevolgen dit heeft. Deze en vergelijkbare vragen hoor ik regelmatig van onze klanten. En dat is terecht, want gaan samenwonen heeft in vrijwel elke situatie meerdere gevolgen. In deze blog neem ik je mee in drie verschillende situaties en de financiële gevolgen die daarbij komen kijken.

In het eerder genoemde voorbeeld wil Miriam met haar twee kinderen vanuit hun huurwoning gaan samenwonen met ondernemer Hans die als weduwnaar in zijn koopwoning woont. Ze hebben hierin meerdere opties. Zo kan Miriam met haar kinderen intrekken in de koopwoning van Hans. Ze kan er ook voor kiezen zich in te kopen in die woning en zo mede-eigenaar te worden, of ze kunnen samen een nieuwe koopwoning aanschaffen. Ieder van deze drie opties heeft financiële gevolgen. Ik loop ze een voor een met je door.

Situatie 1: Miriam trek in bij Hans

In deze optie kiest Miriam ervoor met haar kinderen in te trekken in de woning van Hans, maar zich niet in te kopen. Zij wordt dus geen mede-eigenaar van de woning en Hans blijft 100% eigenaar van de woning

Gevolg 1: Het worden van fiscaal- en toeslagpartner

Wanneer de Hans en Miriam (en haar minderjarige kinderen) op hetzelfde adres ingeschreven staan, worden zij automatisch fiscale- en toeslagpartners van elkaar. Dit heeft als gevolg dat zij gezamenlijk aangifte inkomstenbelasting kunnen doen en aftrekposten, zoals hypotheekrenteaftrek en de grondslag sparen en beleggen naar vrije keuze kunnen verdelen.

Maar het van rechtswege worden van toeslagpartners heeft meer financiële gevolgen. Zo had Miriam voor het samenwonen recht op zorgtoeslag, kindgebondenbudget, kinderopvangtoeslag en huurtoeslag. Met een inkomen van € 15.000 had zij in 2021 recht op een zorgtoeslag van € 1.284 op jaarbasis. Gaat zij samenwonen met Hans, dan wordt zijn inkomen van € 60.000 op jaarbasis meegenomen in de berekeningen voor de toeslagen. Het gevolg hiervan is dat de gehele zorgtoeslag van Miriam komt te vervallen. Ook het bedrag aan kindgebondenbudget en kinderopvangtoeslag is afhankelijk van hun gezamenlijk inkomen.

Tip: Het netto-besteedbaar inkomen van Miriam daalt door het vervallen of lager worden van de toeslagen. In deze situatie is het dus slim samen een overzicht op te stellen van de ontvangsten vóór samenwonen en ná samenwonen en goede afspraken te maken over de hoogte van de bijdrage voor de woning.

Gevolg 2: Partneralimentatie

Miriam ontvangt op jaarbasis € 5.000 aan partneralimentatie van haar ex-partner. Deze partneralimentatie zal vervallen wanneer zij gaat samenwonen, tenzij Miriam met haar ex-partner in het echtscheidingsconvenant andere afspraken heeft gemaakt. Strandt uiteindelijk de relatie met Hans? Dan kan zij niet opnieuw aanspraak doen op partneralimentatie.

De hoogte van de kinderalimentatie die Miriam ontvangt wijzigt niet; de niet-verzorgende ouder (de ex-partner dus) blijft verplicht om financieel te zorgen voor de kinderen.

Gevolg 3: Wat bij overlijden?

Het is belangrijk om als samenwoners te beseffen dat wanneer één van beide partners overlijdt, de andere partner geen recht heeft op (een gedeelte van) de erfenis als daarvoor niets is geregeld. Wanneer Hans overlijdt zonder testament, vererft de woning (en zijn overig vermogen) aan zijn ouders en/of broers en zussen. Zij kunnen Miriam met haar kinderen op straat zetten.

Tip: Voorkom dit door afspraken en wensen vast te leggen in een samenlevingscontract en/of een testament.

Situatie 2: Miriam koopt 25% van de woning van Hans

In de eerste optie, waarbij Miriam met haar kinderen intrekt in de woning van Hans, heeft dit geen gevolgen voor het eigendom van de woning. De woning was en blijft eigendom van Hans. Een andere mogelijkheid is dat Miriam zich inkoopt in het huis van Hans, zodat zij ook zeggenschap over en een belang krijgt in de woning.

Gevolg 1: Overdrachtsbelasting

Koopt Miriam 25% van de woning van Hans, dan moet zij hierover overdrachtsbelasting (maximaal 2%) betalen. Ze kunnen dit voorkomen door met elkaar te trouwen en de woning aan te merken als gemeenschappelijke vermogen van het huwelijk. Zowel Hans als Miriam zijn dan eigenaar van de eigen woning, zonder dat zij overdrachtsbelasting moet betalen.

Laat je terugbellen door een bedrijfsadviseur bij jou in de buurt

 

Gevolg 2: Bijschrijven bij de hypotheek

Het is mogelijk om Miriam bij te schrijven bij de huidige hypotheek. Het is daarbij vanuit de bank gezien niet nodig dat zij ook mede-eigenaar wordt van de woning. Zij betaalt dan alleen administratiekosten bij de bank. Een groot gevolg van het bijschrijven bij de hypotheek is wel dat zowel Hans als Miriam hoofdelijk aansprakelijk worden voor de gehele hypotheekschuld. Wordt Miriam dus geen mede-eigenaar maar wel mede- schuldenaar, dan draagt zij dus wel de lasten maar niet de lusten van de woning.

Gevolg 3: Afsluiten van een hypotheek

Om een gedeelte van de woning aan te kunnen kopen, heeft Miriam eigen vermogen nodig of zal zij een hypotheek moeten afsluiten. Om hypotheekrente aftrek te kunnen genieten, moet de hypotheek ten minste annuïtair worden afgelost. Het afsluiten van een hypotheek zorgt voor extra kosten, zoals advieskosten en notariskosten.

Gevolg 4: Het ontvangen van een schenking van ouders

Ouders (en ook derden) kunnen Miriam (mits zij niet ouder is dan veertig jaar) een bedrag van ongeveer € 100.000 belastingvrij schenken als zij dit bedrag gebruikt voor de aankoop van een eigen woning op grond van de wet Inkomstenbelasting.

Volgens de wet Inkomstenbelasting is er pas sprake van een eigen woning wanneer de waardeverandering van de woning iemand voor ten minste 50% aangaat. Miriam gebruikt de € 100.000 schenking van haar ouders voor de aankoop van slechts 25% van de woning. Maar omdat de waardeverandering van de woning Miriam of Hans voor meer dan 50% aangaat, kan de vrijstelling toch worden toegepast.

Let op: Doordat Hans een gedeelte van zijn woning verkoopt aan Miriam, gaat een gedeelte van de hypotheek tot het box 3 vermogen behoren. Hij kan over dat gedeelte van de hypotheek geen hypotheekrenteaftrek meer krijgen. Door de verkoop ontvangt Hans geld, waarmee hij dat gedeelte van de hypotheek kan aflossen. Staat de woning ‘onder water’, dan is een gedeelte van de hypotheekrente niet langer aftrekbaar.

Situatie 3: Miriam en Hans kopen samen een nieuwe woning

Besluiten Miriam en Hans niet in de woning van Hans te gaan samenwonen, maar samen een nieuwe woning aan te kopen? Dan heeft ook dit financiële gevolgen.

Gevolg 1: Overwinst op woning

Besluit Hans zijn woning te verkopen of besluit hij de woning te gaan verhuren, dan is die woning niet langer een eigen woning. Zit er overwaarde op die woning, dan heeft dit gevolgen voor de maximale financiering die voor renteaftrek in aanmerking komt op de nieuwe woning.

De woning van Hans wordt voor € 400.000 verkocht. De gevestigde hypotheek op de woning betrof een aflossingsvrije hypotheek van € 200.000. Hans en Miriam kopen ieder voor de helft een nieuwe woning met een waarde van € 600.000 welke gefinancierd wordt met een aflossingsvrije hypotheek van € 200.000, een annuïtaire hypotheek van € 200.000 en € 200.000 door middel van de overwaarde van de oude woning van Hans. Zij zijn per persoon gerechtigd tot de helft van de woning, voor € 300.000, een aflossingsvrije hypotheek van € 100.000 en een annuïtaire hypotheek van € 100.000.

Dit heeft gevolgen met betrekking tot de hypotheekrenteaftrek in verband met de overwaarde op de oude woning van Hans en de aflossingsvrije hypotheek.

Gevolg 2: Overwaarde Hans

Hans verkrijgt een woning voor een waarde van € 300.000, € 100.000 aan aflossingsvrije hypotheek en € 100.000 aan annuïtaire hypotheek. Op zijn oude woning heeft hij een overwaarde gerealiseerd van € 200.000. Doordat Hans de volledige overwaarde van € 200.000 moet benutten, is het voor Hans slechts mogelijk om voor een hypotheek van € 100.000 hypotheekrente aftrek te genieten. De overige hypotheek van € 100.000 valt bij Hans tot zijn box 3 (sparen en beleggen) vermogen.

Gevolg 3: Aflossingsvrije hypotheek Miriam

Miriam verkrijgt de helft van de woning voor € 300.000, € 100.000 aflossingsvrije hypotheek en € 100.000 annuïtaire hypotheek. Miriam heeft geen recht op het overgangsrecht met betrekking tot de aflossingsvrije hypotheek waardoor dit deel van de hypotheek tot het box 3 vermogen behoort. Zij kan alleen hypotheekrenteaftrek genieten over de annuïtaire hypotheek van € 100.000.

Gevolg 4: Eigenwoningverleden van Hans delen met Miriam

Samen hebben Hans en Miriam een totale hypotheek van € 400.000. Zij kunnen slechts over een hypotheek van € 200.000 hypotheekrenteaftrek genieten. De overige € 200.000 behoort tot het box 3 vermogen.

Om het recht op hypotheekrenteaftrek op de gehele € 400.000 te bereiken, kunnen zij samen een beroep doen op het besluit van 30 januari 2018. Hans draagt dan zijn eigenwoningverleden voor 50% over aan Miriam. Dat heeft tot gevolg dat de overwaarde op de oude woning van Hans van € 200.000 tussen Hans en Miriam wordt verdeeld. Ook wordt het overgangsrecht van € 200.000 voor de aflossingsvrije hypotheek tussen hen verdeeld.

Samen kijken naar jóuw toekomstplan?

 

Hans hoeft maar € 100.000 van zijn overwaarde in te brengen en heeft recht op € 100.000 overgangsrecht met betrekking tot de aflossingsvrije hypotheek. Zijn aandeel in € 100.000 aflossingsvrije hypotheek en € 100.000 annuïtaire hypotheek komt volledig in aanmerking voor hypotheekrentaftrek.

Miriam moet nu ook € 100.000 van de overwaarden inbrengen en heeft recht op het overgangsrecht voor een bedrag van € 100.000. Daardoor heeft zij ook recht op hypotheekrenteaftrek over de € 100.000 aflossingsvrije hypotheek en € 100.000 annuïtaire hypotheek.

Let op: Door een beroep te doen op dit besluit verliest Hans een gedeelte van zijn overgangsrecht inzake de aflossingsvrije hypotheek aan Miriam. Mochten ze uit elkaar gaan, dan krijgt hij dit niet terug.

Miriam verkrijgt 50% van het eigenwoningverleden van Hans, inclusief het aantal jaren waarover Hans al hypotheekrenteaftrek heeft genoten. Hypotheekrente is namelijk nog maar maximaal 30 jaar aftrekbaar. Had Hans al 10 jaar een hypotheek? Dan krijgt Miriam over de overgenomen eigenwoningschuld ook nog maar 20 jaar hypotheekrenteaftrek.

Zomaar samenwonen?

Zoals je ziet, zijn er nogal wat mogelijkheden als je besluit te gaan samenwonen. ‘Zomaar samenwonen’, is er in veel gevallen niet bij. Het is dan ook slim om de verschillende situaties naast elkaar te zetten en, al dan niet met wat hulp, inzichtelijk te maken welke (financiële) gevolgen deze situaties hebben. Zo voorkom je vervelende verrassingen achteraf, kun je het jezelf en je partner financieel zo aantrekkelijk mogelijk maken en wordt samenwonen vooral een feestelijke gebeurtenis!

Ben je benieuwd wat de gevolgen zijn van onder andere de eigen woning bij uit elkaar gaan? Hierover vertel ik je in mijn volgende blog meer!

New Call-to-action

Op de hoogte blijven?

Risico's van het familiebedrijf